De wonderbare genezing

Titel
De wonderbare genezing

Jaar
1929

Druk
1929

Overig
1ed 1929

Pagina's
144



kantoor. Dat is heel goed, ik moet nog werken, en ik heb een lichaam, dat ik niet mag verslensen.

De dagen zijn gelijk. De zomerdagen waren wel warm en de winterdagen koud. Maar verder is er geen verschil. Op kantoor niet en ook niet thuis. Dat is goed, men hoeft de dagen dan niet te tellen.

Het gaat zoo. Weekdagen. Een zondag. Weer weekdagen. En weer een zondag. Ik wandel nog wel op de zondagen, maar er gebeurt niets meer op de wandeling. Dit zeg ik verkeerd. Natuurlijk gebeurt er een heele-boel. Als ik met de kinderen wandel, komen ze thuis vol verhalen. Ze gaan vaak met me uit. Jopie loopt tegenwoordig ook zoet mee op straat, hij kan niet meer wegdraven want zijn beentje is niet heelemaal terechtgekomen. Maar hij kan wel druk praten en hij luistert niet. Hij wil ook geen handje geven. Maar Jantje is nog altijd rustig. Hij is wel niet meer zoo zeker van de wereld, want hij gaat al op school. Maar hij wil nog best hand in hand met me loopen.

De jongetjes zien veel buitengewone dingen als we samen wandelen. Een sproeiwagen of een defecte auto of een vliegmachine, die letters schrijft tegen de lucht. Er gebeurt werkelijk een heeleboel op straat.

Maar er gebeurt nooit meer iets, dat opgeschreven wil worden.

III.

De lente heeft weer groene knoppen, maar de knoppen zijn oud, ik heb ze al zoo vaak gezien.

Juffrouw de Groot zingt door het huis. Ze heeft al een half jaar lang geen zorg.


116

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.