De wonderbare genezing

Titel
De wonderbare genezing

Jaar
1929

Druk
1929

Overig
1ed 1929

Pagina's
144



zwarte groeven en de stompgesleten nagels. En ze keek naar me met brandende oogen, die roode randen hadden. Ze zat daar en sprak woorden en hoorde zichzelf niet. Maar ze klaagde toch om aangehoord te worden, het was vreemd, dat niemand haar klacht aannam. Alleen ik hoorde haar en ik had geen medelijden, ik kon niet eens blijven luisteren, ik hoopte, dat ze weg zou gaan maar ze hing op haar stoel om te blijven. En ik moest haar hooren.

Haar gillend gefluister. Haar heesche gillen. Om de heele gewone vreeselijke dingen, die op haar waren gevallen.

De mijnheer en mevrouw waren weg. Mijnheer al lang, vanaf Nieuwjaar, al dien tijd had ze gewacht op het geld. Maar mevrouw was er nog, die bleef en de meubels bleven ook, de dure meubels, het geld was wel goed.

Hij was op reis, zei mevrouw, hij zou terugkomen binnenkort. Tweemaal had ze uitgesteld op den eersten, en toen nog geld geleend voor den kleermaker. De dure meubels stonden in haar huis, die konden niet weg-loopen.

Maar nu op den eersten was er weer geen geld, nu vertrouwde ze de zaak niet meer, nu zou ze optreden. Maar vanmorgen was mevrouw ook weg. En vanmiddag waren de meubels teruggehaald door den meubelmaker, die ze had geleverd op afbetaling.

En het was niet een heer geweest met zijn vrouw. Het was een vent met zijn meid.

Dat was wel erg. Ze had rondgekropen over het vloerkleed van die meid om de kruimels op te vegen. En ze


Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.