wijs mensch, die alles van de wereld kent en dus wel mag sterven.
Den dag na haar begrafenis heb ik dit dagboek en haar andere papieren gelezen, ze had me gevraagd of ik wilde wachten tot ze dood was. Ik heb me heel klein gevoeld, na die lezing. Dat dit alles geschreven is, door het kleur-looze oude meisje, dat ik dacht te kennen en aan wier ziel ik zoo'n beetje knutselde, heeft me diep geschokt. Ik verzeker je, de lust tot zielkundige experimenten is me voorgoed vergaan. Ik nader de menschen, die ik behandel, met grooter schroom dan ooit te voren en vraag me af, wat ieder van hen wel aan kostbare mogelijkheden kan bergen, opdat ik niets kwets.
Maar om concreet te zijn. Wil jij dit uitgeven? Ze zei me, dat haar dagboek voor mij was bestemd, ik mocht ermee doen wat ik wilde. Wel, ik geloof, dat ik het gedrukt wil zien en gelezen wil weten. Telkens als ik mij in haar aanteekeningen verdiep, treft het mij, dat ze schrijft als in trance, alsof niet zij, maar iets buiten haar schrijft door haar hand. Inderdaad lijkt dit dagboek eer de curve van een levensproces dan het relaas van een persoonlijk lotgeval.
Laat je compagnon voorloopig erbuiten. Ik vraag je oordeel als vriendendienst.
Groeten 1 Frans Soerde.
Leiden, 28 Februari 1932.
Amice,
Je bent nog veel eigenwijzer aan het knoeien geweest dan je zelf denkt. Stuur me de rest. Lavery.
107