waarom wilde het gedaan worden ? Ik weet niets meer. En toch moet ik alles weten om het nu op te schrijven. Want jij moet het lezen als ik weg ben.
Ik kan niet wachten tot ik vanzelf doodga, dat duurt veelte lang. Zoo lang kan ik niet leven en me schamen.
Ik schaam me niet voor mezelf. Ik heb me niet geschaamd toen ik je hoofd drukte tegen mijn naakte huid, mijn borst waaraan je luisterde. Ik zag hoe je haar is, het is bruin en kortgeknipt in je hals; ik heb wel mijn oogen dichtgedaan maar je haar was nog voor mijn oogen, bruin en glad en steviger dan mijn haar is.
Ik schaam me niet voor mezelf, ik heb dit oogenblik mogen hebben, het zal bij me zijn tot ik straks dood ben. Maar ik schaam me zoo vreeselijk voor jou, omdat je van me schrikte, omdat je wegkeek en me alleen liet staan.
Ik zag je leege stoel en wist, nu heb ik hem voor het laatst gezien. Toen stond ik achter het kamerschut en dacht, hij komt misschien terug, maar je kwam niet. Ik kleedde me aan, het was moeilijk omdat ik zoo beefde en koud was, toen was het warme oogenblik al heelemaal uit me verloren.
Het dienstmeisje stond aan de deur toen ik wegging, ik zag haar omdat ze leefde, zij trok mijn mantel recht. Zij was het laatste, ik heb nog geloopen in de steenen straat met steenen huizen, daar waren alleen nog schaduwen waarin werd gegaan en uit de schaduw kwam ik hier in dit leege huis en in mijn leege kamer, vreemd dat het huis zoo leeg is, er is iets gebeurd. Misschien ben ik al dood ?
Onzin, neen, daar moet ik zelf nog voor zorgen. Maar
99