— Wat een werk, hé timmerman ? kraste Cornelia hem in het oor, toen hij nauwelijks een voet in de gang had gezet. Hij gaf een onverschillig antwoord, maar zijn knap, vroolijk uiterlijk had reeds zijn onvermijdelijk werk verricht. De rooie” was al verliefd, op het eerste gezicht.
Een heele verantwoording voor u — zoo’n groot werk, timmerman ? fleemde ze en toen Dirk een korten vloek uitstootte vervolgde ze zachter:
Nee, moeder is niet thuis!
Ze bleef bij hem staan en bijna in een adem doorpraten. Als hij haar op de teenen trapte ging ze ijlings op zij en twee keer dat hij zijn hamer op haar schouder liet vallen vroeg ze belangstellend of zoo iets niet kon breken.
Dirk sloopte wat weg moest en wilde daarna verdwijnen; maar, hij kreeg er geen gelegenheid toe. Toen hij een uitvlucht zocht en zei dat hij den loodgieter wat wilde zeggen, schreeuwde zij zelf de boodschap naar beneden en tot drie maal toe haalde ze eigenhandig een stuk gereedschap, wat hij beslist noodig had, naar boven.
Hij vond haar nu nóg leelijker dan den eersten keer en verwenschte Godefrooi met al zijn voorouders, omdat hij hem in die benarde positie had gebracht. Maar Cornelie kon hem niet genoeg aanzien en bewonderen en ze beefde reeds van angst bij de gedachte dat Mina van het huis haar misschien al was vóór geweest.
Nu hij eenmaal boven was wilde Dirk liever werken om zoo min mogelijk verplicht te zijn in haar gezicht te kijken; maar zij veroorloofde hem dat niet. Ze vond het schande dat meneer Godefrooi zijn personeel zoo af beulde en noodzaakte Dirk met haar thee te drinken in de ouderwetsch-maar degelijk-gemeubileerde voorkamer.
— Aardig ameublement, vindt u niet? vroeg ze, hem lieftallig toelonkend. Dirk had het gevoel als gleed een aal langs zijn rug en rilde merkbaar.
— ’t Is allemaal voor mij. Als ik trouw komt moeder bij mij inwonen — vindt u niet leuk. Hoe vindt u die kanapéé ?
— De mot zit d’r in! wees hij op een aantal gaatjes.
— O — die! Die zitten d’r al in, zoolang ik me de kanapéé heugen kan.
— Hoeveel zegt U?
— Ik heb ze nog nooit geteld. —
Dien avond ging hij zoo vermoeid naar huis alsof hij twaalf uur aaneen op een nieuw gebouw had gewerkt. Hij was