67
eenige zwager van zusterszijde had van begin af aan zoo pertinent doen merken dat hij speciaal voor de jongste dochter kwam, dat de gesmade oudste zich heilig had voorgenomen hem eeuwig te versmaden, al zou hij nog eens op zijn knieën om haar liggen snikken.
Maar met vrienden van broers, die niet bestonden en de beminde van haar eenige zuster, die deed alsof zij niet bestond, was ook de geheele denkbeeldige voorraad aanbidders uit haar eigen stand uitgeput. Want de oude Gerritsen had altijd in café een stevigen borrel gedronken, maar hij had nooit iemand verzocht bij zich thuis een flesch te komen open maken en Cornelia’s moeder was nu eenmaal „een mensch op zichzelf.” Zoo dacht en noemde zij zich altijd en wie daaromtrent met haar van meening verschilde hield zulks stil voor zich en bleef weg. Dus was de oudste dochter op straffe van te zullen overblijven wel verplicht geweest beneden haar stand naar een man uit te zien en daar had zij niet veel succes mee gehad. De bakkers en de melkbezorgers, de kruidenier, de timmerman en de slager, hadden zich allemaal haar bier en thee goed laten smaken, maar telkens als zij was begonnen haar groenachtige oogen verliefd te laten lonken, had de een na den ander zijn glas laten staan om naar beneden te vluchten.
Zoo had Dirk gedaan nog vóór er zelfs van bier was sprake geweest en eenige dagen aaneen had hij beurtelings zijn tijd verdaan bij zijn blond mevrouwtje en Mina. Ook had hij af en toe gewerkt en zelfs de nieuwe trap kant en klaar afgesteld. Maar er was geen kwestie van dat hij zich van de bovenste etage zou kunnen afmaken. Hij zou daar zoowel als in het heele huis moeten werken en dat vooruitzicht deed hem soms uren aaneen zitten mijmeren. Bang was hij volsterkt niet, maar een mensch heeft zijn voorgevoelens en Mina wist in haar zeldzame, genaakbare buien angstwekkende staaltjes te vertellen van Cornelia’s niemand ontziende mannenjacht.
Als hij zoo zat te mijneren, dan begluurden Teun en Nicolaas hem met hun eigenaardigen, Godefrooischen glimlach. Die beteekende zooveel als een aanmoedigende toestemming en ging gewoonlijk in een verdiend slaapje over. Het werk leed daar niet onder, want de loodgieters wachtten niet op hen met het vorderen hunner werkzaamheden, daar Dirk op zijn beurt hen in het geheel niet tot spoed aanzette.
Leentje en Lientje wisten niets van Godefrooische levens-