auto opwachtten. Hij nam hun hartelijke woorden in zich op en zei zelf woorden van dank en van afscheid.
Maar, wat zij eigenlijk zegden, wist hij niet en zijn woorden spraken blijkbaar zichzelf uit.
Hij rook den geur van bloemen; een wolk van wierook zweefde in den auto. En, toen hij zat en zich naar buiten boog, om nog eens handen te drukken, lippen te kussen en groeten te beantwoorden, greep Francine met schaterlach zijn hoofd vast. Ze zoende hem klinkend op beide wangen en stak een vergeet-mij-nietje in zijn knoopsgat.
En nog steeds jubel-klankte de zilveren torenklok het afscheidslied van ’t Brokkenhuis. En zij blééf jubelen en de vrienden bleven juichen en hand-wuiven, toen Freddy den motor aanzette.
Toen hij wegreed....
Eerst toen de auto een groote kromming omreed, bemerkte Barrèl dat ze langs een hem gansch vreemden weg gingen.
Breede grasbermen helden aan weerszijden, den weg scheidend van hei eener- en grasveld anderzijds. Ver in de hei glooide een heuvel, uit wiens top een villa scheen opgegroeid. In de wei graasden koeien, de kop laag snuffelend langs den grond en draafden jolig-hinnikend, speelsche veulens.
— Freddy! riep hij.
— In orde, ’k weet wat U zeggen wil. Deze is de weg voor vertrekkende patiënten. Ik zou U raden, zei hij zachter, de vaart temperend, een sigaret op te steken en niet op het gras te letten. Het heeft hier een zonderlinge aantrekkingskracht èn het is gevaarlijk.
— Boeman! spotte Barrèl, waarom gevaarlijk?
— In ’t voorjaar wandelen en lachen 'hier de jongens en meiden uit het dorp. In zomeravonden zitten ze er te keuve-
337
22