't Brokkenhuis

Titel
't Brokkenhuis

Jaar
1932

Pagina's
359



—    Ja jij. En je mond lacht als van een moeder die haar baby kust.

—    Ik?

Hij was zich er niet van bewust en keek haar vragend aan. Toen zag hij in haar oogen de schittering, op haar gezicht den glans, om haar mond den lach waarvan ze gesproken had. •

Hij voelde haar geluk door zichzelf gaan en dacht nu, dat zij het evenzoo voelde. Maar dat zegde hij niet; hij keerde zich naar het Oosten.

Uit de diepte van den horizont rees een rossig-gouden gloed op. En in dien gloed zag hij beelden en vormen, feiten en daden.

—    Henny? vroeg hij.

—    Ja?

■— Zie jij het ook?

—    De zon? Ja ik zie haar. De dag gloort, de lentedag, jouw afscheidsdag.

—    Zie je niets anders, Henny?

—    Zie jij iets? Wat zie je?

—    Zon-opgang, dageraad, den nieuwen dag. Nieuwe men-schen en nieuw leven. Nieuwe volken in nieuwe verblijven.

Henny?

—    Ja?

—    Hoop jij ook, geloof jij ook, dat de dag van het Nieuwe Leven gloort? Zie jij ook dien dag komen, dat géén man zijn kostbaarste energie en innigste zielssterkte 'hoeft te offeren, te verkrachten, terwille van een vrouw, wier uiterlijkheid zijn zinnen prikkelt ? De dag, dat iédere vrouw met èlken man kan één zijn, zonder dat een van beiden er zelfs maar het begin van een geestdoodende omstrengeling in hoeft te zien?

Ik zie nu. . . .

—    Wat zie je?

333

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.