Maar nu begreep hij, waarom de oudere patiënten hèm nooit hadden geantwoord op zijn vragen. Zij hadden zich, zooals hij nu, verbonden gevoeld met hen die verder waren gegaan. Hun weten, zooals nu het zijne, duldde geen terugblik.
Niet in peinzen op wat verleden was, maar in uitzien naar het komende, moet de geest van den zich vernieuwenden mensch zijn gericht. En toen, na Laura’s vertrek, het devote nonnetje in de eerste klasse kwam en zij hem het lange, geestdriftige verhaal deed van een ideaal-kinderhuis, gaapte hij zoo sterk, dat ze hem een dag lang ontweek. Die kinderhuizen had hij gezien en hij wist dat ze komen zouden. Maar er viel voor hem nog veel meer te onderzoeken, vóór hij geschikt was om de oude wereld weer in te gaan. Daarom mocht zijn brein niet verwijlen bij het verledene en reeds-geziene.
318