Er werkten groote diepte-boren die, in de ondergrondsche gangen bestuurd, de kolen uit de aarde losmaakten. Elevatoren zogen de losgemaakte kolen naar boven en stortten ze in monorail-treinen, die hoog boven den grond op kabels liepen. De draadloos gedreven treinen reden naar de nabijgelegen enorme centrales en losten hun inhoud in de reservoirs.
Barrèl daalde met de lift, en liep door onderaardsche zalen en gangen naar een plek waar een boor en een elevator werkten. Eén oogenblik praatte hij met den man die er de dan diens taak over, alsof hij die bezigheid al jaren lang had verricht.
Na eenige uren rees hij weer naar de oppervlakte en wandelde naar de centrales, om bij de groote dynamo’s te droo-men, zooals hij vroeger deed bij de werken der groote dichters.
De gansche mijnstreek met haar grootsche geruischloos-werkende elevatoren en boren, haar kolossale centrales en roet-vrije schoorsteenen, automatische monorail-treinen en gemis van zwaren menschen-arbeid, leek hem een machtig epos, gedicht en gesticht door geslachten van denkers en werkers, om de Menschheid van arbeidsdwang vrij te maken.
De stroom, die in deze centrales werd opgewekt, gaf aan millioenen menschen, die woonden in honderden „sferen”, licht, warmte en beweegkracht voor alle doeleinden. Het kabelnet, dat van deze fabrieken uit door het gansche land was geweven, maakte het vervoer der kolen van de mijn naar de verblijfplaatsen overbodig.
De stookovens verhitten ook het electrisch opgepompt water, dat door buisleidingen naar de huizen en steden der Menschheid werd gevoerd, om die op temperatuur te houden.
In de sferen der Menschheid genoot Barrèl onbeperkte gastvrijheid. Bij voorkeur verbleef hij in de met glazen koepels
3i5