zing voor hun kwaal bestaat. En dat gaat ze niets aan, want het zou hen ongeschikt maken, om hun gewonen arbeid te verrichten. Je snapt, als rijke liefde-dwazen zich, door te boemelen of op andere wijze, den grond inwerken, hoeft dat alleen de belangstelling te wekken van hun erfgenamen. De samenleving ondervindt er geen last van. Anders wordt dat, echter, als ook de arbeiders over hun kwaal gingen mijmeren. Ze doen het nu óók wel, voegde hij er lachend aan toe, maar, onder hun werk door. Velen werken zelfs harder, om hun echt of verbeeld verdriet te vergeten.
— Le Grand, zei Bill Bartens nu, met ernstige stem, ik heb lak aan dat gedaas van Rosa over Communisme en socialisatie en zoo, maar nou vind ik toch, dat je de armen wel wat erg in den hoek duwt.
Door deze opmerking verrast, keken de anderen den directeur oplettend aan, om niets van zijn antwoord te verzuimen.
— Deze kwaal van de arbeiders gaat me net zoo min aan, als hun andere kwalen, zei hij zacht. Ze hebben een ganschen staat in den staat gesticht, om zich door kwakzalvers „maatschappelijk” te laten behandelen. Misschien, indien ik als Saul onder diè profeten verscheen, zouden ze me steenigen.
312