gemeenplaatsen, overwegingen, gekleurde fabels, grijp-zucht, heb-hysterie en zoo meer. Dat is hij, omdat dit alles zich aan en óm hem heeft vastgeplakt als een huid van modder, welke zijn oorspronkelijk wezen onzichtbaar maakt en als bestaan negeert.
Hij is bang voor de naaktheid, wijl ze hem wil dwingen zichzelf te vinden en te zijn. En de vrees dat hij na het afscheuren van zijn modderhuid niets zal zijn, doet zijn angst, millioenenvoudig in de Menschheid tot uiting komend, haat worden.
Die haat produceert het woord immoreel, om de naaktheid te verdoemen en eigen lafheid zedelijkheid te noemen.
Een korte poos was er nu stilte.
— Dus morgen sta ik naakt en vreemd temidden, ja tegenover een bemodderde massa, zei Milders eindelijk.
— Ben jij bang! riep le Grand luid.
— Neen, ik ben niet bang.
Ik heb de vrouw gezien, die in het bosch den man ontving toen hij bij haar wou zijn, niet als gunst of uit plicht, maar louter als natuurdaad. En ik ben gegaan door de paviljoenen der zuigelingen, waar moederschap en menschenliefde in één sfeer wonen.
Ik heb de kinderen zien spelen en kon echte van onechte, noch weezen van moederskinderen onderscheiden. En de bekrompen innigheid der woorden broer en zuster was hun totaal vreemd.
Ik zag ook den arbeid, die een lust is en de werkers, die er eiken dag opnieuw naar hunkeren, als deel van hun levensgenot en-geluk.
En ik tvas in de glazen koepelstad, zei hij met wazige stem en in de verblijven van andere sferen, waar niemand een ander als eigendom of werktuig beschouwt of opeischt. En ik was
29J