— Geen tegenspraak. Ik verwacht je.
Hij legde den hoorn neer.
— En nu jij, Frits, wat had jij voor een verrassing?
Waller toonde zich niet in het minst verbaasd en richtte zich tot Karei.
— Allo jongen, vertel het je vader nu maar meteen.
— VindtU? vroeg de jonge man aarzelend.
— Ja zeker, van de lift. Of wil ik het vertellen? Moetje verbeelden, Herman, de jongen wilde je verrassen en een lift laten stellen vóór je thuiskomst. Je had er al zóó dikwijls over gesproken en nu wilde hij eens toonen, dat hij óók een flink zakenman is.
— Héb ik het niet gedroomd ? riep Lobbes met glinsterende oogen.
— Toen sprak hij er over met Gerard van Duren, ging Waller verder en die wou haar wel bouwen.
— Natuurlijk, wie anders ? viel Lobbes in.
— Maar Gerard zag er geen kans toe haar klaar te hebben, vóór dat jij thuis zou zijn. En toen gaf Karei het werk aan een ander technisch bureau.
— Jongen, dat is jammer. Enfin, als Van Duren niet kon. En was hij er niet boos om ?
— Wacht nu even. Den volgenden ochtend vroeg kwam Gerard
toch al met zijn ingenieur en personeel en toen......
Frits Waller scheen te aarzelen. Een oolijke glimlach speelde om zijn mond.
Mijnheer Lobbes, die weer gretig luisterde, blikte verrast op, keek den kring rond en zag niets dan lachende gezichten. Toen meende hij te begrijpen.
— Hou op, hou op, Frits! schaterde hij het uit. Wil je zeggen dat die twee toen allebei een lift wilden bouwen?
254