Mijnheer Lobbes staarde hem aan.
— Hé, Dr. Vogel, dat is droom-telepathie, of hoe noem je dat? Ik heb toevallig van een lift gedroomd.
— Van een lift ? vroeg Waller. Dan is het misschien geen verrassing meer voor je.
Mijnheer Lobbes wilde antwoorden, toen de bel over ging. Een oogenblikje later trad Karei binnen.
Even bleef hij staan. Dan snelde hij met iets als een juichkreet op zijn vader toe, die hem bijna als een kind in de armen nam.
— Dag papa. Wat zie je er goed uit! Zaken gedaan?
— Dag jongen, ben blij je te zien. En gaat alles goed? Ik ben best tevreden over mijn resultaten.
Karei zette zich, knikte oolijk tegen Cora, die hem koffie inschonk.
— Ben blij, dat U er weer bent. Heb het vreeselijk druk gehad met alle mogelijke dingen. Er is zooveel gebeurd inUw afwezigheid.
Moeder keek Karei geschrokken aan en Cora wenkte waarschuwend tegen hem. Maar Waller knipoogde met één oog, als moedigde hij hem aan te vertellen.
— Zoo, jongen, dan moet ik dat maar eens hooren. Kooymans frisch en jong als altijd ?
— Frisch? Hij klaagt over rheumatiek en zenuwpijnen.
Mijnheer Lobbes viel achterover van het lachen, en sloeg zich van
pret op de knieën.
— Hij rheumatiek, Karei? Laatje niet beetnemen, jongen. Kooymans is de jongste en lenigste van ons allen. Hij zal verliefd zijn. Harts-rheumatiek.
Meteen liep hij naar het toestel en schakelde zijn nummer in.
— Hallo, met Kooymans ? Ja, hier Lobbes. Hoe is het met de rheumatiek, oude vriend? Kom er onmiddellijk mee hier en drink er een glaasje tegen.
253