tijd de gestudeerden zoowel als de niet-gestudeerden bij voorkeur boeken lazen, waarin als voornaamste stof onderwerpen als moord, geweld, verkrachting van zedelijke gevoelens, opsluiting en vernedering van hulpeloozen, kortom het uitvieren der primitiefste instincten van den mensch werden behandeld. Hoe zou U die lezers dan aanduiden? EnU, Dr. Vogel?
De laatste haalde de schouders op.
— Goed beschouwd heb ik niets met een ander tijdperk te maken, zei hij dan. We leven in dit en hebben ons te houden aan onze literatuur, aan ónze gansche beschaving, aan onze kunstenaars.
— En niet aan Joris Jochem? vroeg professor Van Meekeren. Dat
is toch onbillijk? Waarom geeft U de voorkeur aan papieren misdadigers boven een levenden......
— Nar ? vroeg Waller ironisch.
— Wel ja, nar, gaf professor toe, noem hem een nar. En dat niettegenstaande Uw voorkeur-boeken druipen van bloed, terwijl deze nar, dieU allen in zijn macht had, U ongedeerd liet. Of is dit juist voor Ueen argument, voor zijn krankzinnigheid? Had hij dan eenigenUwer moeten martelen of afmaken, volgens het voorbeeld datU inUw literatuur overvloedig aantreft, om zich in Uw oogen sympathiek te doen schijnen? Neem eens aan dat hij de caricatuur is der romanfiguren, wier leven en gedrag nog slechts den mensch van heden belangstelling kunnen inboezemen. Zou dan een literatuur, waarvoor zijn nar-zijn de stof levert en waarin het leven vroolijk, geestig, ja parodistisch wordt gebeeld, U niét aanstaan, omdat die wijze van uiten U ook in het leven-zelf tegen staat? Denkt U dus, dat onze tijdgenooten het liefst lezen van bloed, geweld en laagheid omdat zij vinden, dat dat eigenlijk ook het werkelijke leven moet vullen? Zouden zij dan, volgens Uw inzicht, inderdaad de revolver en bloed verkiezen boven Joris
233