— Zoo is ’t, professor. En Van Geerst is het geheel met mij eens. Er blijft ons dus niet anders over, dan beiden weer te verwijzen naar het hoofd-commissariaat. Alhoewel ik dat als een onaangename plicht beschouw.
— Waar zijn ze nu ?
— In de rookkamer, op de tweede verdieping. Beiden schijnen mij toe ordentelijke menschen te zijn, die een té goed inkomen genieten, om aan welken graad van misdaad ook te vervallen.
— Je acht dus maatschappelijke welstand een argument vóór maatschappelijke rechtschapenheid? vroeg de professor uitvorschend.
— In zekeren zin wel, antwoordde de jonge dokter, onbevangen. Welke reden zouden menschen van hun positie hebben, zich onbehoorlijk te gedragen?
— Wét dunkt je dan van het hypnotisch experiment dat zij, volgens hun bekentenis, op dien heer Lobbes hebben uitgevord ?
— Was het dat eigenlijk wel. Volgens beweren van Dr. Vogel is die Lobbes een zoo ontvankelijk sujet, dat hij reeds onder zijn invloed kwam, vóór er nog sprake was van hypnose.
— En dat nam jij grif voor waarheid aan?
— Ja, professor en Van Geerst ook. De heeren maakten een zeer gunstigen indruk op ons. En, zooals ikU al zei, ik zie werkelijk niet in, wéérom zij onwaarheid zouden spreken.
— En als Dr. Vogel en Frits Waller nu eens Jansen en Gerritsen hadden geheeten en maatschappelijk niet welvarend waren geweest, zou je dan een zelfde verklaring even gauw hebben geloofd?
— Allicht niet, antwoordde Dr. Veber glimlachend. Maar in dat geval zou de heer Lobbes waarschijnlijk zonder portefeuille zijn thuisgekomen. En dan zou de hoofdcommissaris het niet noodig hebben geoordeeld, Uw advies te vragen, maar hen zonder meer hebben gehouden.
15
225