Dat compliment vleide zijn chef een beetje, maar toch zag hij on -gaarne van een tocht door de gang af.
— Watson, zei hij op overredenden toon, al vinden we ónzen Waller hier niet, is het toch best mogelijk, dat we er een nieuw complot of een misdaad opsporen. Die gang lijkt mij uitstekend geschikt om beroepsmisdadigers te huisvesten.
— Juist, en délrom ga ik er niet binnen. En jij óók niet, al moest ik je de jas van het lijf scheuren. Ik zoek nog liever, over mijn heele lichaam bedwelmd en vermomd, een geestverruiler of hoe noem je dien vent, in den smerigsten kolenkelder van de heele Museumbuurt dan een boef in een salon in zoo’n gang. Ruik enkel maar eens wat een lucht daaruit komt. Ga je mee, of ik sleur je meel vervolgde hij, dreigend. Als ik je vader de heele toedracht van de zaak vertel, kan je er van opaan dat-ie me gelijk geeft. En dan, hebben we immers nog een Waller op ons lijstje staan, in de Koperroeststraat. Dat is tenminste een fatsoenlijke buurt. En al moeten we hem niét hebben, geef ik je toch op een brieffie, dat-ie een héél nette kerel is. Netter dan de lui hier, die je over hun poot laten struikelen en dan voor een botte bijl wegloopen.
Aan het volgend adres maakte Joris Jochem kennis met de huishoudster van Frits Waller. Toen hij haar zei, dat hij met een gewichtige boodschap van den heer Lobbes kwam, liet ze de beide mannen direct binnen.
— DusU durft onder eede en getuigen te bezweren, dat Uw meester de vriend van den heer Lobbes is? vroeg Joris Jochem, toen zij op hun gemak zaten.
— Gut ja, mijnheer, antwoordde ze verschrikt. En dat kan mijn armen mijnheer nog duur genoeg te staan komen. Als ik het goed begrijp, moet hij gauw zorgen dat een paar dozijn bekenden getuigen dat hij altijd bij zijn volle verstand is geweest, anders gaat hij door
219