XXVI
OOM KAREL HEEFT BEZWAREN
— Watson, zei Joris Jochem, oom Karei zijn sigarettenetui aanbiedend, opmerken, samenvatten, oordeelen, gevolgtrekkingen maken en optreden. Neem eerst een sigaret.
— Joris Jochem, antwoordde de oude man geërgerd, eerstens heb ik je twee verzoeken te doen : noem me fatsoenlijk bij mijn naam en hou die vervelende spreuk voor je. Je zoy er levenden mee dood-ergeren en dooden door levend maken. Dat zou allebei zonde zijn. En verder lust ik je sigaretten niet, want dat papier stinkt tien mijl in het rond.
Ze liepen op het hoofdplein en wekten, als altijd en overal, veel aandacht door hun zonderling verschil van kleeding, voorkomen en lichaamsverhoudingen. Doch de dikke detective, daaraan gewoon, stoorde zich er blijkbaar niet aan. Zonder te bedenken dat hij op den openbaren weg liep, sprak hij even luid en aanmatigend als hij gewoon was. De zon scheen warm, het asphalt glinsterde, een sfeer van vroolijkheid hing alom en vulde de ruimte. Ze scheen Joris Jochem te beïnvloeden tot volle energie en ongebreidelden levens- en arbeidslust.
Op het terras voor een hoekcafé zaten eenige handelaars met lange baarden en eenigen met een kaal hoofd. Toen Joris Jochem aan een tafeltje plaats nam en op zijn gewonen brallenden toon oom Karei uitnoodigde, naast hem te komen zitten, riep een der langbaardigen den kellner om af te rekenen.
— Watson, opmerken, samenvatten......
Een glas op een naburig tafeltje viel om, door de haast waarmee een heer opstond. Blijkbaar had hij den detective reeds meer ontmoet, want de wijze waarop hij hem aankeek verried vrees voor stoornis.
213