Joris Jochem keerde zich haastig om en sjorde met oom Karel’s hulp Leo’s ledematen aan diens lichaam vast.
Dr. Vogel blikte onder die bedrijven als verwezen van den een naar den ander.
Plotseling scheurde een gil door de stilte van den avond.
Lena, die nog steeds gebonden onder de keukentafel lag, was het na veel moeite eindelijk gelukt, de prop uit haar mond te nemen.
— Mevrouw! Ka-relll! Kd-rélllll!!! Hélp!!!
— Roept er iemand? klonk het antwoord spoedig van de tweede verdieping.
En dra holde iemand de trap af.
Joris Jochem en oom Karei keken elkaar een oogenblik aan. Maar ddt was genoeg. Hetzelfde moment snelden ze voort, hun touwen, de bijl en de revolver meenemend.
— Karei! Karelll! gilde Lena. Ze hebben een bijl! Ze hebben een pistool I
— Wie roept daar? Jij Lena? Is er wat gebeurd? Leo!
Onder deze uitroepen sprong Karei bij drie treden tegelijk de trap af en stuitte op een man, vermomd als steenkolensjouwer. Cora volgde hem, doch kwam te laat om een botsing met Joris Jochem te voorkomen.
Deze had oom Karei bij wijze van stootblok in de voorhoede geplaatst. De oude man werd onbarmhartig omver gerend, doch had de tegenwoordigheid van geest, Karei Lobbes bij de broekspijpen te grijpen. Deze struikelde mee. Daar hoorde hij naast zich een vreese-lijken slag.
Joris Jochem, die voor geen vermogen een mensch zou willen wonden, had zijn bijl in de traptrede geslagen.
— Pak aan! riep hij triomfantelijk. Zóó doet Joris Jochem I
Een rauwe gil antwoordde hem. Cora, die geloofde dat hij inder-
187