— Is hier een zekere Dr. Vogel? vroeg Joris Jochem.
— Ja. Maar ons meisje en mijn vader zijn plotseling verdwenen. En mijnheer Waller is voor een kwartier naar beneden gegaan en ook niet terug gekomen.
— Ssssst I Niets vragen. Opmerken, samenvatten, oordeelen, gevolgtrekkingen maken en optreden. Ik moet vijf kabeljauwen vangen, om één onschuldig vischje rustig te laten rondzwemmen.
— Wat bedoeltUdaarmee? WéétU waar ze zijn?
— Vragende meisjes...... zwijgende detectives, antwoordde Joris
Jochem sluw. Stuur Uw moeder naar haar kamer.
— Die is nog van binnen gesloten. We kunnen er niet in.
— Dan naar Uw kamer. Waar is het jonge meisje?
— Bedoelt Uw mijn zusje? Op de tweede verdieping, bij mijn broer en mijn verloofde.
— Prachtig. Luister nu. De toestand is kritiek. Ik heb mijn
strikken uitgezet en de vallen staan open. Geen muis kan ontsnappen door het kordon dat ik getrokken heb. Opmerken, samenvatten......
— Ja, ja, dat hebtU straks al gezegd, zei Cora haastig, hoewel niet zonder eerbied. Wat moet ik doen?
— Een oogenblik. Wacht hier even op mij.
— Cora!
— Ja moeder, direct I
Joris Jochem sloop snel een trap op, naar Cora’s kamer, vond de chloroformflesch onder het bed en nam die mee.
— Hebt U mijn zakdoek nog?
Cora gaf hem dien. Joris bevochtigde den doek en gaf hem aan het meisje.
— Laat mevrouw Uw moeder een uurtje rusten. Als ze slaapt, gaat U weer naar boven en zegt Dr. Vogel dat Uw vader hem een oogenblik
180