Het wondere avontuur van den heer Herman Lobbes

Titel
Het wondere avontuur van den heer Herman Lobbes

Jaar
1928

Pagina's
261



XXIII

JORIS JOCHEM BEHEERSCHT DE SITUATIE

Half dragend, half sleepend voerde men hem de trap af. De deur van den kolenkelder stond open, er brandde flauw licht van kaarsen. Hij hoorde een gedempt bevel, voelde zich opheffen en viel na een zwaai op zijn anthraciet.

Tot zijn verwondering zat Frits Waller er reeds. Die was evenals hij aan armen en beenen gebonden en had eveneens een prop in den mond.

Zich omwentelend keek hij naar de mannen die hem overmeesterd hadden. Hoezeer zij ook door kolengruis vermomd waren, herkende hij in den eenen Joris Jochem.

—    Watson, ontneem den gevangenen hun prop, beval de detective en richtte zijn revolver op hen. Mijnheer, alsU belooft geen kabaal te maken, zal mijn Watson Uw handen losmaken, wendde hij zich tot den heer des huizes.

Mijnheer Lobbes knikte driftig, waarop oom Karei hem van zijn prop en touwen verloste.

—    Wat moeten die streken beduiden, schooier? riep hij den detective toe. Heb ik je soms hierheen gestuurd, om mij in mijn eigen kolenkelder te stoppen? Of heeft de tegenpartij je omgekocht?

Joris Jochem knipoogde waarschuwend tegen hem, doch dat kalmeerde hem niet.

—    Het doel heiligt de middelen, mijnheer, zei de detective dan, op gemaakt ruwen toon. U zult weldra het juiste van mijn handelingen inzien. Opmerken, samenvatten, oordeelen, gevolgtrekkingen maken en optreden.

—    Stik 1 antwoordde de verbolgen Lobbes en beet Waller toe:

12

177

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.