— Maar ik heb juist meer dan genoeg van die grimassen, riep Lobbes, geërgerd. Zeg het haar dus; van mij wil ze ze niet nemen. En ze heeft er dringend behoefte aan.
Mevrouw Margie, die een en ander had opgevangen, stond op en tikte professor aarzelend op den arm.
— Misschien wilt U hem nu even met een heete pap helpen, fluisterde ze. Daar straks wou hij persé niet. En het is toch ten hoogste tijd, dat verzeker ik U.
— Wat fluister je nu weer, Margie? riep mijnheer Lobbes verbolgen. Ik heb professor verzocht, hier te komen om jou te onderzoeken en niet, om met jou tegen mij samen te spannen.
— Ik fluister niet, Herman, antwoordde mevrouw verlegen. Ik heb professor alleen verteld, dat je geheugen een beetje zwak is geworden. Dat kun je trouwens niet ontkennen, want je herinnert je niet eens onze Media.
— Alweer dat vreemde kind ! bulderde de heer Lobbes. Nu, zietU, professor, daarom twijfelde ik juist aan haar. En of U mij nu al in mijn rug en op mijn borst stompt, dat kan hair toch niet beter maken.
— Professor, luister toch alsjeblieft niet naar hem, smeekte mevrouw Lobbes. Of hij is verward, dat zeg ik, of......
— Of er wordt hier een afschuwelijke komedie gespeeld, viel de heer Lobbes uit. Een komedie, waaraan zij, mijn dochter, mijn zoon, mijn vriend, buren, kennissen en vijanden mee doen. Stel je toch voor ik zou een kind van zeventien jaar hebben, dat ik nu voor het éérst onder oogen krijg. Als het mijn kind was, had ik het toch zeker die zeventien jaar lang wel gezien.
Professor Van Meekeren legde hem sussend de hand op den schouder, doch toen hij kalmeerde, verhief mevrouw Margie weer haar stem, en toen begon de heer Lobbes ook opnieuw, zoodat de
174