Hij begon kwansuis mevrouw Lobbes te ondervragen, na een waarschuwend gebaar tegen haar echtgenoot. Echter gaf hij ook mevrouw een knipoogje van verstandhouding, om haar te doen gelooven, dat zijn ondervraging slechts diende, om haar man om den tuin te leiden. Ze liet dus toe, dat hij haar polsslag naging, hief haar armen op zijn verzoek op en deed eenige stappen voor- en achterwaarts. Ook beantwoordde zij zijn vragen aangaande eetlust, slapeloosheid en andere naar waarheid, om haar man te doen gelooven dat zij zich inderdaad een beetje ziek gevoelde.
Voor professor Van Meekeren was dit onderzoek echter volle ernst, al speelde hij naar weerszijden een beetje comedie. Tot het voorloopig eind van zijn onderzoek lichtte hij haar oogleden op en liet haar onderwijl zwaar zuchten.
— Nu mag ik U wel een enkele vraag stellen, mijnheer Lobbes, zei hij met geestigen oogtwinkel, terwijl hij tegelijk tegen mevrouw Lobbes gebaarde, dat nu eerst zijn werkelijk onderzoek begon.
De heer Lobbes antwoordde met een listigen glimlach op zijn gezicht, om den professor te doen merken, dat hij zijn sluwheid doorzag en mevrouw Margie knikte tevreden met dezelfde bedoeling.
Dus deed professor nu den heer Lobbes dezelfde vragen, stompte hem daarbij in den rug en tegen zijn borstkas en liet hem driemaal a zeggen, onder een herhaald snel voorover buigen. Den aldus geplaagde verveelde die komedie spoediger dan de professor had verwacht.
— Luister eens, professor, zei de fabrikant zacht maar dringend, als je zoo doorgaat zou ze nog gelooven, dat ik gek ben. En goed beschouwd, weet ik waarachtig niet, waarom U mij zoo onder handen neemt. Doe me dus het genoegen, haar duidelijk te maken, wat haar scheelt en dat ze koude voetbaden moet nemen.
— Een oogenblik, mijn waarde heer, ik ben nog even metU bezig.
173