Hij dronk, op mevrouw Margie’s verzoek, een kop thee en sprak nu eens met haar over de mode en dan weer met haar man over politiek. Zoo ging er een half uur voorbij en toen had hij nog geen zekerheid aangaande den toestand van zijn patiënten, zooals hij beiden in gedachten reeds noemde. Dit geval docht hem vreemder dan welk ander, dat hij ooit te behandelen had gehad.
Het was toch duidelijk, dat niet slechts beide echtgenooten, in be-trekkelijken zin, toerekenbaar konden worden geacht, maar ook dat geen der beiden een reden kón hebben, krankzinnigheid te simu-leeren. De conclusie lag dus voor de hand, dat beiden leden aan een kleine afwijking en onder den invloed daarvan elkaar betichtten krankzinnig te zijn of dat te simuleeren. Zooiets had professor Van Meekeren meermalen meegemaakt, maar dan altijd, als er een belangrijke erfenis op het spel stond. Dit motief scheen echter daarom hier al uitgesloten, wijl én de heer én mevrouw Lobbes hem dien middag met nadruk hadden bevestigd, dat de onderlinge verhouding altijd uitstekend was geweest. Ook waren beiden op middelbaren leeftijd en genoten blijkbaar een goede lichamelijke gezondheid.
Al peinzend kreeg de professor belangstelling voor deze bijzondere kwestie. De heer Lobbes immers had hem verzekerd, dat hij ook zijn vriend Waller en nog meerdere menschen van krankzinnigheid verdacht. En hoewel de geleerde gedurende zijn veeljarige practijk, buiten zichzelf en enkele collega’s, nooit volledig-toerekenbare menschen had gekend, achtte hij het toch uitgesloten dat een eenvoudig mensch als deze fabrikant, zich zonder eenige studie had kunnen opwerken tot zijn geesteshoogte, welke hem deed inzien, dat feitelijk het gros der menschheid geestesverpleging behoefde. Dit bezoek, dacht hij met voldoening, zou hem ongetwijfeld nieuwe stof opleveren voor zijn groot werk : ,,Abnormalen”, waaraan hij al jaren zijn vrijen tijd gaf.
17a