De deur stil openen, snel naar binnen sluipen en beide handen om Lena’s hoofd slaan, was het werk van eenige seconden.
Vóór het meisje een kreet kon slaken, zat er een groote, smoezelige lap in der mond. Toen wierp oom Karei een strik om haarlijfenbond haar armen vast, terwijl Joris Jochem haar beenen tezamen knoopte.
Lena gromde venijnig en keek Joris Jochem woedend aan, maar méér kon ze niet doen. De beide mannen tilden het weerlooze meisje op en legden haar onder de tafel.
Toen haalde Joris Jochem zijn browning te voorschijn.
— Luister, meisje, zei hij dreigend, hoewel niet onvriendelijk. Ik neem de prop uit je mond, in de verwachting, dat je verstandig zult zijn. Eén woord, één kreet en de adem van het graf zucht over je blonde haren.
Lena boog toestemmend het hoofd en nu nam oom Karei de smoezelige lap uit haar mond. Ze proestte kolengruis uit en keek de mannen met felle minachting aan.
— A-bah, a-jasses! zei ze, als je iemand dan toch wilt laten stikken, doe het dan tenminste met een schoone lap.
— Ik ben mijn zakdoek kwijt, zei de detective, met verontschuldigenden lach. Enfin, je bent nu mijn gevangene en ik laat je niet vrij vóór het geheim in dit huis is opgehelderd.
— Och vent, je daast, naarling, antwoordde Lena, schoon niet te luid, want de browning loerde steeds op haar.
— Waar is mijn bijl? vroeg hij streng.
— Gut, mensch, was het om dat stuk lor te doen? Had dat dan direct gezegd. Onder het gasfornuis ligt ze.
Joris Jochem gaf oom Karei den revolver over en greep zijn onontbeerlijk werktuig.
Hij toonde dit Lena nu met een triomfantelijken lach op zijn goedig-dom gelaat.
170