Karei en Cora keken elkaar aan, bevend en wit als een laken. Zij hadden beiden opgelet en waren op hun hoede. Ze vreesden het ergste.
— Voor mij ijs en pappen? bulderde mijnheer Lobbes. Jij neemt op staanden voet een voetbad, begrepen?
En met sidderende hand nam hij zijn kopje op en bracht het aan den mond. Snel als de gedachte boog Karei zich naar hem over en sloeg, in zijn vrees voor een denkbeeldige vergiftiging, zijn vader het kopje uit de hand.
Moeder slaakte een gil en omvatte krampachtig haar glas. Doch terwijl vader Karei een geduchten stoot toediende, sloeg Cora tegen het glas aan, zoodat de inhoud over tafel morste. En toen verborg ze het hoofd in de handen en brak in zenuwachtig snikken uit.
— Jij, kwajongen! riep mijnheer Lobbes verwoed, is dat de dank
voor alles......
— Dat-is-mijn-dank-helaas, zei Karei met witte lippen. U-zult-deze-thee-niet-drinken.
Mijnheer Lobbes scheen Karei door elkaar te willen schudden, ondanks zijn voornemen, kalm te blijven, doch Leo greep zijn beide handen vast. Media, die naast Cora zat, begon nog harder te snikken dan haar zuster en moeder stond op, sprakeloos en met sidderende hand naar de mannen wijzend.
Toen richtte Cora zich met een laatste krachtsinspanning op, wees met uitgestrekten vinger naar mijnheer Lobbes, en zei op luiden toon:
— Mijnheer Waller heeft ons alles gezegd. U-bent-in-Mei-geboren\ Valsche geest, verdwijn ! ! ! !
— Lena, voor hidr ook een voetbad 1 riep mijnheer Lobbes.
— U-bent-in-Mei-geboren l Vader, keer terug ! zei Karei nu.
— Lena, nóg een voetbad, maar haast je wat! riep mijnheer Lobbes
ontzet. Als......
162