— Dank je, mijn jongen, antwoordde Waller warm. Maar ik ben er zeker van, dat in mijn geval één oprechte eed mij dienstiger zou zijn. En die komt ook meer de moraliteit ten goede. Ik moet je echter iets anders vertellen, van groot belang.
Frits Waller keek zijn vriend Dr. Vogel vragend aan en deze knikte, na een oogenblik van overpeinzing, toestemmend.
— Vertel jij het maar, Frits, zei hij.
Toen zetten de heeren zich op hun gemak en Frits Waller vertelde, wat er den vorigen ochtend op zijn kamer was voorgevallen. Om Karei het geval begrijpelijker te maken, legde hij hem eerst uit wie Dr. Vogel eigenlijk was, hoe zij beiden zijn vader op het perron ontmoetten en welk gesprek de aanleiding was geweest tot hetgeen later volgde.
Karei en mijnheer Kooymans luisterden in stomme verbazing en zwegen nog even zelfs, nadat Frits Waller geëindigd had.
— Ongeloofelijk, onbegrijpelijk, mompelde de boekhouder ten
laatste. Maar toch......
— Het is dus eigenlijk waar, volkomen waar, wat Cora beweerde, barstte Karei dan los. Deze man is eigenlijk niet Herman Lobbes, de man van mijn moeder, de vader van mij en mijn zusters.
— Ja en nee, zei Frits Waller aarzelend.
— Ik wilU geen verwijt maken, oom Frits, zei de jonge man nu, maar eigenlijk hebtU toch iets zeer onverantwoordelijks gedaan. En U ook, Dr. Vogel.
— Wij zijn er beiden zwaar voor gestraft, zei Waller. Wie weet of we ooit in onze eer, onze verstandelijke vermogens te bezitten, zullen worden hersteld.
— Maar waarom hebt U hem niet direct, of bij de eerstkomende gelegenheid, weer gedémagnetiseerd ? riep Kooymans levendig uit. Het feit is nu toch bevestigd, dat een onbekende geest, een vreemd
153