bewustzijn, onrechtmatig bezit heeft genomen van het lichaam van mijnheer Lobbes. Dat is, dat is in hooge mate strafwaardig I Er uit met hem I
— Als we maar wisten hoe, zei Waller verlegen. Mijn vriend Vogel probeerde vanmorgen je vader te démagnetiseeren, maar je was er bij hoe hij er op reageerde. En dat is het wanhopige van het geval. Hij wil zich niet meer onder invloed laten stellen.
— Geen wonder, schimpte Kooymans, sarcastisch, 't is maar niet aangenaam voor zoo’n vreemden geest. Komt zonder slag of stoot in het bezit van een goed rendeerende zaak, een aardig vermogen, een lieve vrouw, kinderen en weet ik wat al meer. Heeft zelf misschien nooit een cent in de wereld bezeten en kan nu den gebraden haan uithangen, op kosten van een ander. Overtuig zóó één nu maar, dat hij moet plaats maken voor den rechtmatigen bezitter. Probeer het maar.
— Maar waarom dan die onhartelijkheid om tenminste Media niet ook als kind te erkennen, mompelde Karei, wanhopig. En waarom gaat hij dan betrekkelijk vriendelijk met mij om.
— Waarom? Wel, van jou heeft hij voordeel en jij ligt hem niet ten laste. Maar dat arme kind kan nog veel kosten aan studies en kleeren en zoo voort, antwoordde Kooymans. Weet je! riep hij met verheffing van stem. Het is eigenlijk een groot schandaal. Zoo’n geest, die wie weet hoe lang in luiheid heeft rondgeboemeld, kan maar ongestraft een goede positie innemen en iemand als ik, die zijn leven lang maar hard gewerkt heeft en zijn krachten aan de zaak heeft gegeven, wil-ie eruit draaien onder voorwendsel dat ik rheumatisch ben.
Ben ik rheumatisch ?
En Kooymans sprong driftig uit zijn zetel op en maakte een handstand. Daarna hief hij een zwaren stoel met één hand in de hoogte en vervolgens legde hij zich op den vloer, in een zóó vreemden knoop,
154