En die gedachte vond ze zóó vreemd, dat ze het uitschaterde. Maar haar lach klonk valsch en dat bemerkten haar ouders allebei.
— En droom ik dan ook, dat er nu nóg zoo getrommeld wordt? vroeg moeder, in wanhoop.
Mijnheer Lobbes wachtte niet langer en liep weg. Doch Cora achterhaalde hem en hield zijn arm vast.
— U mag niet gaan! riep ze bevreesd. Als iemand naar boven moet, dan ben ik dat.
— Jij, een meisje? vroeg mijnheer Lobbes. Kom, vooruit, geen onzin.
— Man, blijf hier! kreet mevrouw Lobbes droevig. Toe, blijf hier, denk toch om je hoofd.
Mijnheer Lobbes bleef stil staan. Haar uitroep deed hem denken aan professor’s waarschuwing. Hij moest zijn vrouw, in verband met haar ziekte, ontzien.
Dus kwam hij in het salon terug, doch posteerde zich voor de deur, zoodat Cora er niet uit kon.
— Margie, neem een voetbad, zei hij dringend. Volg mijn raad, neem een voetbad en drink er een glas melk bij.
Cora en haar moeder keken hem verbaasd aan. Een voetbad en melk; hoe kwam hij daarbij? Toen viel mevrouw Lobbes in, dat professor haar geraden had haar man koude omslagen en heete pappen toe te dienen. Nu hij haar, in zijn zinsverbijstering, voetbaden en melk wou opdringen, leek het haar ten hoogste tijd hem eindelijk bij te staan.
— Ga even rustig zitten, man, zei ze. Als Cora theewater wil opzetten, zal ik je even een koud omslag omleggen.
— Hoe kom je aan dien onzin! riep mijnheer Lobbes geërgerd, koude omslagen! Cora, jij verzorgt direct voor je moeder een voetbad en ik schenk haar een glas melk in. Dat is goed voor haar zenuwen.
146