schien was hij dan vér-doof, zooals men bij'-ziende kon zijn.
— Ik geloof óók, dat U je vergist, moeder, zei ze zoo kalm mogelijk. Wie zou er hier nu lawaai maken?
Nu twijfelde mijnheer Lobbes geen oogenblik meer. Als Cora dat geweld niet hoorde, dan moest haar ziekte voornamelijk op haar oor-zenuwen zijn geslagen. Een doode zou door die herrie zijn ontwaakt. Een interessant geval voor professor Van Meekeren, dacht hij.
— Jullie verbergt iets voor me, jullie bedriegt me! riep de arme onwetende mevrouw Lobbes in wanhoop. Ik weet niet, wét er gaande is, maar er is iets.
— Wat dan, moederlief? vroeg Cora. Waarom maaktU je dan zoo bezorgd?
Nu speet het haar, dat zij haar moeder niet tijdig had ingelicht omtrent Joris Jochem’s onderzoekingstocht door het huis.
— Wat kind, vréag je dat nog? vroeg mevrouw, Cora getroffen aanziend. En die man dan, die me straks wou doodschieten, vóórdat ik flauw viel ?
— Welke man? vroeg mijnheer Lobbes nu. Zijn hier mannen in huis, Cora?
Nu dacht hij heel niet meer aan Joris Jochem. Als er een man in huis was, die zijn vrouw had willen doodschieten en wiens aanwezigheid Cora ontkende, dan moest er nóg iets in zijn huis gaande zijn, wat men voor hem verborgen hield.
Ik ga op staanden voet naar boven, zei hij resoluut, ik moet eens met dien man kennis maken.
Cora verbleekte en toen hem dat opviel, bedacht hij tegelijk dat ze had gejokt, toen ze beweerde geen geluid te hooren.
— Ik ga met je mee, zei mevrouw moedig. Ik laatje niet alleen, met een man met een revolver!
— Maar moeder, U moet hebben gedroomd! viel Cora nu uit. Verbeeld je, een man, die U zou willen doodschieten.
io