Hé! riep hij met rauwe stem, wat moet dat!
Een scheurend, krakend geluid, dat hem herinnerde aan het gebeurde op zijn kantoor, dien ochtend, schrok mijnheer Lobbes op. Hij rukte de deur open en snelde de trap op.
Mevrouw uitte een diepe zucht en Cora slaakte een kreet. Dan rende zij haar vader achterna, in de grootste ongerustheid aangaande wat er nu verder zou gebeuren.
Lobbes had nog niet de bovenste tree bereikt, toen de deur van Cora’s kamer bezweek. Lena stapte naar buiten, de bijl van Joris Jochem in de hand.
— Waar is die man, waar is die kerel! riep ze woedend en rukte een haarspeld uit haar kapsel. Ik vil hem met zijn eigen bijl.
Mijnheer Lobbes sprong opzij, vreezend, dat ze in haar woede niemand zou ontzien.
— Ja, de man, waar is de kerel, waar is hij 1 kreet hij moedig en sprong onversaagd naar binnen.
Hij stiet op een wezen, dat hij direct vastgreep.
— Pa, pa, ik ben het! kreet Media.
— Verdraaid, alweer dat kind! joelde mijnheer Lobbes. Heb jij hier vreemde mannen in huis gebracht ? Gauw, vertel op!
Hij greep haar bij den arm. Cora kwam naderbij en trachtte hem te doen bedaren. Lena stoof den gang door, onder het uiten der gevaarlijkste bedreigingen. Haar eene hand zwaaide de bijl en in de andere hield ze een haarspeld.
— Ik weet niets, ik weet niets, pap! kreet het arme kind. Hij nam
mij in zijn armen en......
Cora legde haar snel de hand op den mond. Mijnheer Lobbes liet Media los en deinsde diep ontroerd terug.
Er was een man in huis geweest, die dat kind in de armen had gehad.
147