— Moeder heeft een paar uur geborduurd en daar kunnen haar oogen slecht tegen. Gewoonlijk valt ze er van in slaap.
Mijnheer Lobbes knikte, ten teeken dat hij dat begreep. Maar hij rook een verdachte geur. Even zocht hij in gedachten; dén wist hij het plotseling. Chloroform.
Die drommelsche Joris Jochem. Die had zijn vrouw dus bedwelmd, opdat zij hem niet hinderlijk zou zijn in zijn onderzoek. En wel zóó handig, dat Cora zelfs geloofde, dat ze van het borduren in slaap was gevallen.
Cora zag haar vader’s neusvleugels trillen en tastte onwillekeurig naar haar blouse. Daar zat de zakdoek, die zoo vreemd rook, en deze lucht was het, die zijn aandacht trok. Maar nu hoorde ze een licht gerommel boven haar hoofd. Geen twijfel, Joris Jochem was weer begonnen.
Ze keek van onder haar oogleden op, om te zien of haar vader iets hoorde. En tegelijk keek Lobbes naar zijn dochter, vreezend dat zij, evenals hij, dat geluid had opgevangen.
Mijnheer Lobbes stond op, schoof een der schuifdeuren open. En direct volgde Cora hem.
— Dat is opk beter voor moeder, zei ze. Als we praten storen we misschien haar slaap.
En nu zetten beiden zich in het salon, beiden met de bedoeling den ander van het geluid in de bovenkamer af te leiden. En hoewel dat dat gerommel en gestommel steeds heviger werd, scheen Lobbes noch Cora er iets van te hooren. Maar elk der twee vroeg zich met verbazing af, of de ander dan stokdoof was.
Lena had namelijk eerst op alle mogelijke plaatsen naar een kamersleutel gezocht. Nu zij er geen vond en de man niet van zins bleek de deur weer te openen, begon ze er op te trommelen. Daardoor ontwaakte Media ook en dra sloegen ze gezamelijk zoo’n geduchten roffel
142