Cora voelde een tikje tegen haar schoen. Dat was een teeken van Joris Jochem.
— Nee, nee, waarom zou ik pa opbellen? zei ze haastig. Voor hij hier is, kunnen ze het huis al hebben afgebroken.
Drie stevige rukken aan de bel en een overweldigend gestommel aan de deur schenen die veronderstelling te rechtvaardigen. Men wilde blijkbaar het huis bestormen.
Joris Jochem achtte nu de tijd van handelen gekomen. Hij ontkurkte de flesch en bevochtigde zijn zakdoek. Daarna kroop hij voorzichtig aan den anderen kant onder het bed vandaan, sloop er, in gebukte houding, omheen en sprong plotseling te voorschijn.
Vóórdat de doodelijk verschrikte Lena een woord kon uitbrengen, had hij de chloroformdoek op haar gelaat gedrukt. Een oogenblik worstelde ze, doch gaf spoedig het verweer tegen het verdoovings-middel op.
— Opmerken, samenvatten, oordeelen, gevolgtrekkingen maken en optreden, beet Joris Jochem Cora toe. Help eens gauw even.
Nu elk oogenblik de deur kon bezwijken, was er geen tijd voor hoffelijkheden, dacht hij. Hij droeg met Cora’s hulp Lena op het andere bed en stelde toen met groote behendigheid een scherm tusschen de beide ledikanten op.
— En nu snel een nachtpon en nachtmuts vanUw moeder, zei hij kort en bevelend.
Hoezeer zijn manier van spreken haar hinderde, gehoorzaamde ze hem toch, zooals men zich spoedig aan een geestelijk-sterkere onderwerpt.Blozend van schaamte bracht ze hem de gevraagde voorwerpen, die Joris Jochem zonder aarzelen aandeed. Daarna liep hij naar het balcon, in de andere kamer, en boog zich slaperig over het hek heen.
— Mijn goede menschen, wat moet dat? vroeg hij met een zacht verwijtende damesstem van middelbaren leeftijd. Wat hebben wijU
126