Hai sai ouwe foddesak teige d’r — seiker d'r femilienoam — moar se wou ’m niet kenne, grinnikte een jongen.
— Doar — doar loopt-ie — kaik — se loat ’m niet los — nou, heb je nou ouit....
— Ou — Nei-lis!
— Neilis hiero! Neilis — loat je niet verlaije — kom in de ploeg.
De oude dame had gepoogd van dronken-Nelis af te komen, maar hij hield halsstarrig haar mantel vast. Toen ze probeerde met een trippelpasje hem te ontvluchten, liet hij zich bedaard voortsullen.
Op den hoek was een kroeg. Hier hield hij haar staande en trachtte haar te overreden met hem een borrel te gaan drinken.
— Goa — nou — mei — f’r uit — nou — stamelde hij met
dikke tong, ik — hou — me — moei — ik — sal — d'r — niet — oufer____
— Man laat me los, riep de dame luid, meer bevreesd voor een straatopstootje om haar heen, dan wel voor kwaadwilligheid. Ik zal het mijn man zeggen — ik zal een klacht indienen.
— Niet — doen — mot — je — niet — doen. Niet — smoeze — ik — smoes — ouk — niet. Kom — nou — weis — nou’s — fideil — ’t is — d’r — moar — om eintje — te — doen. — As — ik — f’r uit — wist — dat — je — sou — gierig — bint — had — ik — niks — mit — je — angehoald.... ’t Is — toch — maor — geleind — mot — je — denke.... vandoag — geif — jai — d’r — ein — weg — en — mor-rege — spring — ik — d’r — in....
De dame rilde. Ze rukte harder aan haar mantel en riep luid om hulp.
— Agent — politie — kom hier — die vent!
De stakers op de brug hadden nu allen Nelis in het oog en 74