Foei — schaam je — op jouw leeftijd — die kwajongens op te stoken de ruiten vol te gooien.
— Ik — ik — stouk — niet — ikke____ik.... stotterde hij.
De oude dame wendde zich van hem af maar hij hield
haar vast aan een slip van haar mantel.
— Man — laat me gaan, zei ze nu angstig. De heer in gele regenjas liep gehaast door.
— En — ne — en — asse — se — jou — asse — se — jou
— nou — een — dotje — beloufe — ou-e — foddesak — en
— ne — je — komp — d’r — op af — en — ne — se — hou-e
— d’r aige — niet — thuis — en — de — deur — op — slot...
— Doorloopen! riep een heldere stem. Doorloopen of de lat er op! De agenten hadden versterking gekregen en werden nu driester. Ze formeerden een rij en stuwden moeizaam de stakers voort, de nauwe straat door tegen de hooge brug op, die in een halven cirkel over de gracht lag gespannen.
De manoeuvre scheen te gelukken. De troep, zoo even nog luidruchtig en driest, kalmeerde op het gezicht der versterking. Voorop drentelden de antiquiteiten, al mopperend dat ze d’r met het bestuur over zouden spreken dat „je maar mit ’n nuchtere maag en een droge keel” bleef.
De jongens maakten er een grapje van. Ze liepen in draf de helling op en lieten zich nog sneller weer naar beneden glijden tegen diegenen aan, die langzaam en met blijkbaren tegenzin aan het bevel gevolg gaven. Heel achteraan kwam Smul met zijn garde. Na twee passen hield hij telkens halt, keerde zich om en keek den achter hem loopenden agent vlak in het gezicht.
— Niet staan blijven, zei deze scherp.
— Poute thuishouwe____
— Doorloopen ....!
— Blaif fan me laif....
72