nachtwandelingen af. Het werk had alle aardigheid voor hem verloren, daar hij gedurende de staking had bemerkt, dat er thuis toch te eten was, al werkte hij in geen maanden. Hij was er de man niet naar om zich er openlijk over uit te laten, maar eigenlijk had het werk in zijn oog, nooit veel aantrekkelijkheid bezeten.
Piet Derkse en Louw Kooiker wierpen hun chef een stommen blik toe en zetten daarna de groote drinkkan met koffie aan den mond. Zij hadden altijd iets te eten en te drinken bij zich, wijl ze nooit vooruit konden bepalen wanneer ze zouden thuiskomen.
Chris Kemper, bijgenaamd de-pooier kwam laat, gevolgd door zijn ander-ik, Barend-lampeglas. Het gelaat van den eerste was onherkenbaar door talrijke pleisters en rond zijn hoofd droeg hij een groot verband. Barend deed nog even links als toen hij pas in de leer kwam, maar Chris troostte hem nu en dan met de opmerking, dat hij nog wel een „piet” van hem zou maken, doch dat er natuurlijk hooge kosten aan verbonden waren. Dit bleek nu weer direct bij hun binnenkomen, wijl Barend voor beiden een glas bier bestelde en Chris, zonder vragen, er een broodje met vleesch bij nam.
Frits-de-kaaskop, Henk-de-mop en Jaap-de-jood, hadden den grootsten schik. Jaap-de-jood had onderweg eenheu-schen jood afgeranseld en toen deze zich hinkend had verwijderd, was door iemand uit het opstootje bekend gemaakt, dat hij dien man kende en dat hij al jaren geleden gedoopt was. Nu waren zij alle drie aan het bedenken hoe Jaap het moest aanleggen om joden te ranselen die op niet-joden leken en hoe het te vermijden was, dat hij zich bezondigde aan gedoopte kinderen Israëls.
Kees-klare-met-suiker, Jopie Gosaard en Bennie-smeer-
171