Landers duwde twee sigaren in de uniformjas.
— Zeker, ik wil het wel even doen. Dank u wel! Dag heeren!
— Agent! sloeg Landers deftig aan.
Zij verwijderden zich.
— Wat denk jij Ranschoen?
— Van paatje Hooglandt?
— Ja!
— Die hapt toe — zoo zeker als wat.
— Wat dunkt je — zouden we niet een paar centen méér vragen?
— Neen — zei Joop beslist — de touwtjes niet te
strak aanhalen. Het zal hem toch nog genoeg kosten----
— Wat dan?
— Vraag dat maar aan Leendert Mol en Chris Bergman.
164