de ladders. De-„poot" stootte de beide andere kachels ook om, wat direct een vuurzuil en een dikke wolk van stankwalm ten gevolge ervan deed opstijgen.
Beneden was in weinige oogenblikken de rustige straat veranderd in een formeel slagveld. De agenten, steeds meer versterking ontvangend, sloegen ongegeneerd met de sabels op de stakers in. Dezen gooiden met steenen en hout, sloegen van zich af met stukken ijzer en dikke stokken.
Uit alle deuren kwamen nu menschen geloopen die, opdringend bij politie en stakers, de eerste eerder belemmerde in haar verweer dan wel bijstond. Niemand der rustige bewoners trouwens, gaf blijken dat hij voor steenen of stokslagen wenschte in aanmerking te komen.
Het geheele dak brandde nu, in hoog-oplaaiende vlammen. De brandende mastiek lekte naar beneden en tastte de houtkrullen aan, die op de verdiepingen lagen.
Het vuur had zich zoo snel uitgebreid dat er nog niet aan gedacht was geworden de brandweer te waarschuwen. En de stakers hielden, trots sabelslagen flink stand om hun makkers gelegenheid te geven, rustig beneden te komen.
Even te voren waren Leendert en Chris met hun meisjes aangekomen. De eerste had de meisjes direct naar huis willen brengen, doch zij verzetten zich er tegen. Het fantastische dier nacht-scene greep haar aan en ze vergaten alles, om die tragische uiting der staking, mee te maken.
De dakgoten, bovenste steigers en vloeren der verdiepingen begonnen vuur te vatten. De sneeuw scheen voor het vuur geen beletsel te zijn; ze siste even weerspannig maar was dra verdampt. Groote, wijde vlammen joegen nu naar buiten en woeien over naar de huizen, die de 158