Twee paartjes wandelden knus het Vondelpark uit, onder scherts en vroolijk gekout. Ze liepen achter elkaar, doch nu en dan hield het voorste stil om het andere af te wachten, of riep de achterloopende jongeling, zijn vriend toe. Dan werd een grap nog eens voor alle vier herhaald en lachten de vroolijke lieden tezamen.
Leendert en Chris hadden dien ochtend een kaart van de meisjes Hooglandt ontvangen, dat vader dien avond weer naar een vergadering moest, welke wel weer, als altijd, tot na middernacht zou aanhouden. En beiden hadden eenvoudig het voornemen om de Smikkel-expeditie mee te maken van zich af gezet, om dien avond al hun tijd en genegenheid aan de meisjes te wijden.
Het liep nu tegen twaalven. Ze hadden schik gehad voor tien en de jonge dames wilden naar huis. Voor niets ter wereld wilden ze later dan vader thuiskomen.
Nu het zoo laat was, herinnerde Leendert zich de nacht-expeditie naar de Paulus Potterstraat. Hij noch Chris had er graag de meisjes om teleurgesteld, doch, nu de liefde
149