dat we four den oufermacht motte bukke —. Wie weit — kraige se wel den angst te pakke----
— Met vandaag te beginnen zou Scholte er ’s nachts
laten werken. Hij heeft een paar maffers uit Utrecht laten komen die met Smikkel den kap moeten mastieken. Dat zou morgennacht beginnen, als ik het wel heb____
Een storm van verontwaardiging brak onder de mannen los. Zooiets was den bedaardste onder hen nog te verregaand ....
— Wat willen jelui dan____?
— Wat...? Eirst nog ’s dat maffertssoutje afdrouge
dan kanne we nog’s weir sien____
De meerderheid was ’t daarmee eens en gaf daar duidelijk blijk van.
— Een uitgelezen akkevietje voor den ijzeren-poot, zei Joop leuk. Er speelde hem reeds een plannetje door het hoofd.
— En four de heile nachtploeg____
— Voor wie d’r wil____
— Nei — niet four de heile bende.
— Nelis moet d’r bij zijn, lachte Joop. Hij heeft zijn smoel misschien wel eens meer gezien.
De vergadering had er schik in en gekscheerde ermee.
— Blijft dat voorstel gehandhaafd? vroeg Landers.
— Nou — of ’t!
Landers keek op zijn horloge.
— We moeten voortmaken mannen — ik moet weg. Willen Smul en Ranschoen zich belasten met de mannen aan te wijzen, die van de partij zullen zijn? Ja? Mooi! Alleen pootige jongens — maar toch een flinke ploeg. Ik neem er zelf de leiding van.
Morgen avond dan om elf uur hier. Ja? Afgesproken. Aju! 144