De leden der stakings-commissie, waarvan het meeren-deel nooit een woord zei doch bij alle woorden van Landers goedkeurend knikten, schoven nu dicht om de tafel bijeen, Ze schenen instinctief te voelen dat Landers’ speechje maar een aanloop was geweest.
— Zaak is, begon hij dat de staking er hoe langer
hoe minder gunstig gaat voorstaan____
— Zaak is, zei Joop nu hard, dat elke staking die langer duurt dan veertien dagen, verloren, onverbiddelijk verloren is. Al wordt ze na langen strijd gewonnen, is ze toch een nederlaag, een financieele zeker en een moreele noodwendig....
Landers blikte hem aan en scheen een woord van tegenweer in te slikken. Dan vervolgde hij zijn rede.
Hij wees er op, dat de patroons hardnekkig bleven weigeren de eischen der werklieden in behandeling te nemen en dat ze elke toenadering en elk verzoek om een conferentie, pertinent van de hand wezen. Ze handelden zoo, zei hij, onder den alles beheerschenden invloed van Hooglandt, bij wien vele kleine patroons in de schuld stonden en die op patroonsvergaderingen den toon aangaf.
Hij sterkte de bazen in hun verzet en hielp déze met geld, géne met werkvolk dat hij met hooge kosten uit verschillende kleine dorpjes liet komen. Landers schatte het aantal werkenden al op honderd, doch voegde er bij dat hij wel vijf en twintig onder het werkelijk getal kon zijn.
— Dan mot dien Houglandt moar ’s moures worre geleird, net as Grout, gromde Smul verwoed.
— Of het veel zou geven, betwijfelde Landers. De mannen zijn totaal uitgeput — vreten komt er temet niet in, omdat je met een paar guldens uitkeering geen wonderen 142