avonturen en pochte er op, een leeuw danig om de ooren te hebben geslagen. Douwe wilde zich goed houden maar kon niet helpen dat een glimlach zijn mond omkroop.
Het verdroot vrouw Smikkel; ze geneerde zich.
— Kom Hain, zei ze, je most noa bed goan.
— Ik noa ’t nest — wat mot ik doar doen — ik heb gain maf, malle maid.
— Je mot sloape goan--dan bin je morrege weir
frisch____
— Frisch — frisch — wie is niet frisch — bi — jai niet frisch?
Douwe stond op om weg te gaan. Het was al laat en hij achtte het bovendien onkiesch, een zoodanig gesprek aan te hooren.
Smikkels even opkomende kwade bui dreef direct over. Zijn dronkenschap ging nu in een teedere phase over.
— Je bint toch moar een faine maid — Anne, zei hij verliefd en kwam op haar toe, je bint main lekker waifie.
Vrouw Smikkel wenkte naar Douwe om haar man te doen begrijpen dat deze zijn confidenties kon hooren, doch de verliefde dronkaard legde haar knikken heel anders uit.
— Joa — je houdt fan me — wat kaik je weir ferliefd. Joa — je het me lief.
— Hou je dronke bek toch dicht, viel ze geërgerd uit.
— Bek — bek — — bedoel je dat smoeltje — dat toetje, wees hij op zijn mond. Weit je wel hoe groag je d’r altaid op mocht soene — — joa — joa — want je het me lief — Anne — je bemint me — je bemint me.
Hij werd romantisch en maakte aanstalten zijn vrouw in de armen te sluiten. Het deed Douwe zoo vreemd aan, dat hij een deur open trok en de kamer uitspoedde, met het voornemen naar beneden te gaan.
133