— Ik heb dat smoel meir gesien.
De meisjes die van buiten kwamen, keken hem verbaasd aan en vluchtten dan het portaal in. Anderen weer, die vaste verkeering hadden en één keer in de veertien dagen met haar vrijer naar Carré gingen, keken hem minachtend aan en wendden dan den blik af om met een buurmeisje een gezellig praatje over haar mevrouw en haar familie te beginnen.
De nufjes onder de dienstmeisjes, die door den vuilnisman haar bak tot aan de deur lieten terug brengen, was een minachtend zwijgen niet genoeg. Zij beten hem fel toe!
— Je zal je zuster bedoelen!
Na dat rake schot streken ze haar schort glad en gingen ze als koninginnen naar binnen. De vierde soort, de meisjes die weten willen dat ze van lage kom-af zijn, vielen grover uit. Als Nelis zijn woordje had gezegd, vroegen ze hem met ingehouden woede wat hij bedoelde.
— Jai ken ’m ouk, voegde hij er dan ter verduidelijking bij.
— Je ouwe diefe moer sal je meine — ouwe smeirpoets,. vielen ze dan als razend uit. En als je niet als de duvel maakt dat je weg komt, roep ik pelisie.
Nelis verwijderde zich hoofdschuddend. Steeds meer drong zich in zijn gedachten het besef naar voren dat er iemand viel te herkennen en dat het van belang was dat te doen.
Hoewel zonder cent op zak, ging hij een kroeg binnen. Het was er tamelijk druk en de juffrouw achter de toonbank had het volhandig.
Nelis bestudeerde haar. Ze droeg een helderwit schort om haar breede heupen en een snoer groote bloedkoralen om haar vollen hals. Aan haar ooren bengelden gouden knopjes met groote roode steenen en midden op haar
85