en kocht een paar borrels voor Leendert’s dubbeltje. Toen hij, naar zijn nieuw aangenomen gewoonte eens anders glas leegdronk, ontstemde dit den rechthebbende zoodanig, dat hij de deur uitliep. Later herinnerde de kroegbaas zich, dat hij niet betaald had.
— Ik heb dat smoel meir gesien, mompelde Nelis tegen zijn vrouw toen ze hem bekeef om zijn liederlijk voorkomen. Zij dacht dat dat op haar was gemunt en viel woedend tegen hem uit.
— Kaik ’s in de spiegel — kan je j’ aige mouie smoel
sien.... Die heb ik soulang al gesien--ik kan d’r wel op
spuge.... Ba — ba____
— Bin — ik — dat____?
— Och — loaser — doud____!
— Jai ken ’m ouk--jai ken ’m ouk, mompelde hij
wijsgeerig.
Toen viel hij op een stoel in slaap. De liefde had dien dag teveel van zijn krachten gevergd.
82