modder en wierp zich op den timmerman, die hem belee-digde. Deze wilde zich uit de voeten maken, maar zijn makkers, die het pretje zagen aankomen, hielden hem tegen. Hij kreeg de volle lading modder in het gezicht.
De man proestte het uit en blies en spuwde slijk naar alle kanten. Het grapje ging hem te ver; hij sloeg en schopte om los te komen doch het baatte niet. Het waren stevige knuisten die hem vasthielden en Nelis kon naar hartelust zijn bouquet uitslaan.
De timmerman verloor er zijn geduld onder. Hoe gewillig ook om aan een grapje deel te nemen, wilde het er niet bij hem in, dat juist hij het slachtoffer moest wezen en nog wel van zoon verloopen ouden schooier als Nelis leek. Hij verdubbelde zijn pogingen, sloeg raak en mepte een metselaar in de oogen. Deze liet dadelijk los, om de pijnlijke plaats te liefkoozen, wat de timmerman zich ten nutte maakte. Alsof hij uit een mortier werd geschoten sprong hij tegen dronken-Nelis op en gaf dezen een flinken opstopper.
Het ging hem echter niet, zooals hij had gedacht. Nelis was wel beschonken, maar dat was zijn normalen toestand. Hij had een goedaardigen natuur en vocht zeer zelden, doch kon niettemin zijn vuisten kranig hanteeren. Onder zijn makkers stond hij niet als de zwakste of de lafhartigste bekend en hij wist ook wel, ondanks zijn doorloopende dronkenschap, dat hij zijn mannetje stond.
Het was voor zijn vijand een driedubbel onpleizierige ervaring. Hij had gedacht, den dronken ouden schooier met een enkelen vinnigen aanval op de vlucht te slaan, doch het resultaat was juist omgekeerd.
Nelis’ gedachten hadden zich voor het oogenblik van de meisjes afgekeerd en wijl in zijn brein altijd oorzaak en gevolg door elkaar haspelden, dacht hij dat de timmerman 74