hij kreeg aanstonds een stomp voor zijn maag van manke-Gerrit.
— Mot jai ons nog beloasere op den koup toe.
— Ik man--hijgde de bril naar adem —
— Hou je smoel of —
— In naam____;
— Klabakke....!
— Mourdenoars!
De agenten waren vrijwel machteloos. De buitensten der massa lieten zich door bedreigingen bewegen opzij te gaan maar de als razend-tierende werklieden hielden stand. Zij waren geen partij om mee te spotten, erkende de brigadier.
— Se komme d’r niet uit.
— Dan mot de tram moar om.
— De tram om — de tram om, joelden de mannen. Ze voegden het woord bij de daad en zetten de schouders tegen den wagen.
Een rilling beving de passagiers. Men wilde naar buiten, maar de hekken waren gesloten. En de tierende, woest-opdringende massa gaf ook geen ruimte tot doorgang.
Het ging niet gemakkelijk. Aangevuurd door de eersten, duwden nu meerderen mee. De passagiers vluchtten in doodsangst naar de andere zijde van den wagen, hetgeen den aanslag ten goede kwam. Werkelijk lichtte de tram een paar duimen op, hetgeen met woest gejuich werd begroet.
Daarbinnen steeg een angstig gehuil op. Een heer, sloeg een ruit stuk met zijn wandelstok en duwde twee kinderen naar buiten. De wagen was weer neer gekomen, maar de aanvallers hernieuwden hun poging.
47