kende dat de stakers werkende patroons wel ongemoeid zouden laten. Dat zijn helpers revolvers bij zich droegen, had hij niet geweten.
Het gebeurde daarboven had hem vreeselijk aangegrepen en hij was nauwelijks bijmachte, de politie naar behooren inlichtingen te verschaffen.
— Doar hai je ein fan de mourdenoars, riep een stem uit de menigte en aanstonds joelde het geweldig op.
— Mourdenoar____! Mourdenoar----!
— Sloa 't ’m doud____!
— Hai is ’t niet____!
— Mourdenoars____! Mourdenoars____!
Het volk drong aan. Eenige kalme mannen omringden den bevenden Scholte om hem tegen de volkswoede te beschermen, maar zij waren te zwak en werden opzij gedrongen.
Een nieuw geluid deed zich hooren.
— In naam der wet — uiteen. Sabel in de hand — voorwaarts. Neerhakken wat blijft staan!
Een ontzettend gegil van vrouwen en kinderen was het antwoord. Het was zoo vol, dat van voor noch achterwaarts wijken sprake kon zijn. Trams uit beide richtingen komend, stopten noodgedwongen.
Een kolonne van twintig agenten rukte aan, stok in de hand. Voorop liep een bejaarde inspecteur, met getrokken degen.
Nog eenmaal gaf hij het bevel van doorloopen en tegelijkertijd zwiepten de politiestokken door de lucht, op de hoofden en ruggen der menschen.
— Vooruit — vooruit! kommandeerde de inspecteur.
De situatie werd verschrikkelijk. De menigte stond dicht
opeen gesloten, kon niet wijken, maar onbarmhartig vielen de stokken, fel neerkomend, op mannen en vrouwen, zelfs 38