podium opstoven. Ze overmeesterden Joop, rukten hem op hun schouders en wilden hem zoo in triomph door de zaal dragen. De mannen brulden hun goedkeuring uit —- zongen hem de loodgietershymme toe:
Four de manne fan de louie paipi-e
Wille ze geife, drie en twintig cent per uur....
Een zijdeur van het podium werd open gestooten; achtereenvolgens vlogen twee koeriers het tooneel op.
De-schele liet Joop van zijn schouder zakken. De voorzitter trad vooruit.
— Kameraden — Hein Smikkel is....
— Wat is d’r nou weir — mit dien huichelaar, krijschte Smul. Niet ein keir is-ie mit me mei geweist — sou’n sloume.
— Hou nou je kop dicht — rouie salamander!
— Hou je smoel — loat de foursitter....
Pang! De hamer viel dreunend neer.
— 't Is nou geen tijd om praatjes te maken, mannen, riep de voorzitter. Hij blikte in triomph naar Joop Ranschoen, die op den naam van Smikkel was opgestaan en met aandacht luisterde.
Ik moet jelui mededeelen, dat Hein Smikkel den verrader is gaan spelen. Hij is gesnapt met zijn gereedschapzak op den rug.
— Ferrajer! Ferrajer! gilde Smul verwoed.
— Ferrajer! Ferrajer! Ferrajer! gilden van alle kanten de stemmen.
— O wat ’n ploert!
— Woar werkt die fuilak?
— Bai Skolte — bai Skolte!
— Dat hai je nou fan s’n christelijke smoesies — wat heb ik gesaid....
22