Joop, die de werkman meer zou verdienen dan zijn directe be-behoeften eischten, zou hij gaan besteden aan zijn verrijking van wat hij het goede en het schoone in de wereld noemde. En dat mocht de arbeider niet, want dan zou hij gaan begrijpen dat hem niet enkele guldens meer, maar geheel zijn rechtmatig deel in alles, toekwam.
Lang, lang sprak hij in dien geest en hij slaagde er in de mannen te ontrukken aan de zorg die hen steeds nijpender ging knellen. Hij deed hen intens voelen dat, om later dien grooten schat geheel te kunnen bemeesteren, de werkman zich moest wennen, in dagen van strijd, zelfs de grootste opoffering te getroosten. Het was adem-stil toen hij even pauzeerde; daarna viel hij met hardere stem uit.
— Ja — ik moet jelui zeggen namens het bestuur — de uitkeering wórdt met een derde verlaagd. Maar is dat nou een reden om met hangende pootjes terug te loopen, nu wellicht de overwinning nabij is ?
— Nei godferdomme! schreeuwde Piet Smul.
— Nouit! gromde zwaar de-ijzeren-poot.
De vergadering barstte los in bijvalsbetuigingen.
— Nei — nouit!
— Nouit ferdikme — nouit!
— Lief er allemoal noa Feinhuise.
— Dan dempe se moar de Suiersei mit ons.
— Dan mannen, mag ik zeggen.
— Joa — joa____!
— dat ik niet vergeefs____
— Ha die Jopie! Ha die Jopie.
Het was Joop onmogelijk zich tot het eind toe verstaanbaar te maken ; het enthousiasme was te groot. Men schalde zijn naam, stampvoette, sprong in het rond.
Ko wenkte een paar pootige snuiters, die met hem het
21