— Wat seit se? vroeg Nelis, zoodra hij binnenkwam.
Nico oogknikte dat hij niet zoo luid moest spreken.
— Woarom moak je sulleke grimasse oap fan 'n kwoa-jonge?
— Nou seg ik je niks____
— Wat most je dan segge?
— Fan dat nie-se!
— Welk nie-se?
— Wel dat waif — dat ik four je heb afgelegd?
— Wat four een waif?
— Dat ou-e emmer!
Nelis keek 'm suf aan en viel dan in slaap. Hij had dien dag voor een gulden jenever gedronken.
Den volgenden dag was er groot appèl in de conversatie-zaal. Straks zou een spreker van de groote federatie over den toestand praten en het bestuur had belangrijke mede-deelingen aangekondigd.
Dronken-Nelis was vroegtijdig aanwezig. Hij was vroeg opgestaan en had het restje gedronken uit een flesch die onder zijn bed stond. Toen herinnerde hij zich direct zijn opdracht aan Nico. Dat deze hem er den vorigen dag al over had willen spreken, was hij totaal vergeten.
Hij was een der eersten. Hier en daar zaten eenige jonge stakers te filosopheeren over opruiende krantjes die op een tafel lagen en een groote hond lag te knipoogen onder het billard. In principe meed het dier de stakers wijl hij voor opstoppers en plagerij wel overal terecht kon en hij overigens niet veel loskreeg van den komenden en gaanden man.
Nelis was weer in een stemming om het glaasje van een ander leeg te drinken. Hij keek eens rond, maar ontdekte op geen der tafeltjes den door hem zoo geliefden drank. Een
9